Verslag: Stadsgesprek “Equalize the Ecosystem” 15.10.26
Op donderdag 15 oktober zetten we artiesten die zich in Rotterdam bevinden in de spotlight. Met een enthousiaste groep mensen kwamen we samen op de tijdelijke locatie van de Bibliotheek Rotterdam om te onderzoeken hoe elektronische artiesten zich door Rotterdam bewegen en wat we kunnen doen om hen te ondersteunen.
Dit is belangrijk, want het ecosysteem is kwetsbaar. Producers worden niet altijd betaald als hun muziek wordt gedraaid, en het is vaak onduidelijk hoe je als artiest eigenlijk een duurzame praktijk kan opbouwen in Rotterdam. Juist terwijl deze artiesten het nachtleven en de muziekcultuur van de stad dragen. Met het stadsgesprek Equalize the Ecosystem onderzochten we samen aan welke knoppen we kunnen draaien om dat ecosysteem eerlijker te maken. Onder leiding van moderator Seb Harris werden we meegenomen in een programma van panelgesprekken, performances en een presentatie, allemaal rondom de Rotterdamse artiest. De artiest stond ook letterlijk centraal, met prachtige optredens van vixnde, Michline Plukker en Rajiv Daryanani.
Het eerste panel, met Sanne Huijsmans en Albert van Abbe, ging over de infrastructuur en manieren om artiesten te ondersteunen. Sanne Huijsmans is onderdeel van Shunter. Ze is organisator, DJ en clubmanager. Albert van Abbe zit al lang in de muziek. Hij begon met het produceren van tekno en is later bij Dekmantel aan de slag gegaan. Daarnaast heeft hij de nieuwe lichtinstallatie in de Nexus zaal van CLUB RAUM ontworpen. Hoewel het gesprek zich in de context van Rotterdam afspeelde, namen we ook de infrastructuur voor artiesten elders in Nederland onder de loep, als voorbeeld van hoe we dit in onze eigen stad zouden kunnen toepassen.

Maar wat is het ecosysteem eigenlijk?
Het ecosysteem van de muziekindustrie bestaat uit vele subsystemen. Zo is er het ecosysteem rondom de producer: hoe krijg je je muziek de wereld in en hoe beweeg je van optreden naar optreden? Tevens is er ook een ecosysteem waarin je geld kunt ontvangen voor het maken van muziek. Seb definieert het zo: de producer maakt muziek, verkoopt diens muziek of laat het streamen. Soms volgt hieruit een optreden, en daarna een tour. Daar komen managers, agents en tourmanagers bij, en iedereen verdient hierin geld. Maar het hart van dit alles is iemand die in diens studio muziek maakt.
Het ecosysteem heeft ontzettend veel onderdelen die we continu aan het definiëren zijn. Dat is iets wat we eigenlijk samen in kaart moeten brengen. Wat opviel in het eerste gesprek is dat er meer mogelijkheden zijn om je artistiek te ontwikkelen en jezelf financieel te ondersteunen als je de juiste hulp weet te vinden.
Subsidies
Albert benoemde dat artiesten gebaat zijn bij het spreiden van risico’s. Je krijgt misschien een beetje geld van een optreden, maar ook van fondsen. Om die fondsen aan te vragen, maak je een plan, en dat dwingt je om op de lange termijn na te denken over je artistieke pad. Binnen het ‘subsidie-ecosysteem’ zijn er veel onderdelen waarvoor geld is aan te vragen. Wil je bijvoorbeeld nieuw werk maken en een maand in de studio zitten om je daarop te focussen, dan kun je geld aanvragen om je kosten van levensonderhoud te dekken. Ga je op tour buiten Europa, dan is er een fonds dat je reis- en verblijfkosten ondersteunt. En zelfs als je interdisciplinair met een andere artiest wilt samenwerken, bijvoorbeeld aan een audiovisuele installatie, zijn er fondsen voor. Het is dus belangrijk om deze fondsen in kaart te brengen. Een goed startpunt is fondswervingonline.nl, waar je een overzicht vindt van een groot deel van de subsidies waar je gebruik van kunt maken. Dit is wel een betaald platform.
Hulp vragen en klein beginnen
De mogelijkheden zijn er dus wel, maar het kan lastig zijn om door de structuur van fondsaanvragen te navigeren. Er zijn veel regels waar je je aan moet houden. Het kost vaak veel tijd om aan een aanvraag te werken, en je hebt nooit zekerheid over goedkeuring. Daarnaast zijn er heel veel mensen die een subsidie aanvragen. Soms kun je je daardoor een beetje verslagen voelen.
Het is daarom goed om te weten dat je altijd hulp kunt vragen aan de fondsen zelf. Bel ze op of spreek af om samen naar je aanvraag te kijken. Daarnaast hoef je niet altijd meteen grote fondsen aan te vragen. Er zijn ook veel mogelijkheden die op kleine schaal werken. Sena heeft bijvoorbeeld een fonds (Sena Muziekproductiefonds) waarmee je al met 3.000 euro kunt beginnen. Een klein bedrag kan al het verschil maken. Wil je hier meer over leren? We hebben de PDF van Sanne bijgevoegd waarin ze je meeneemt door tips voor fonds aanvragen.

Hoe steunen we elkaar in een kwetsbaar ecosysteem?
Het muzikale ecosysteem is kwetsbaar. Er is weinig geld, en toch blijven artiesten en organisatoren risico’s nemen met experimenten en programma’s waarvan de uitkomst onzeker is. Hoe steunen we elkaar daarin?
Een deel van het antwoord ligt bij clubbezoekers. Op de gastenlijst staan raakt uit de tijd. Met een kaartje steun je een club financieel en laat je zien dat je in hun visie gelooft. Hoe eerder je koopt, hoe meer ruimte een club heeft om te blijven experimenteren.
Een tweede vraag is hoe we de manier waarop voor muziek betaald wordt kunnen veranderen. Aslice liet DJ’s een deel van hun fee afstaan aan de producers wiens tracks ze draaiden, maar het platform verdiende te weinig om te overleven. Dat maakte het probleem alleen maar zichtbaarder: van DJ-fees komt weinig terecht bij de makers van de muziek. Vrijwillig delen is blijkbaar niet genoeg en sommige DJ’s wisten niet eens dat het mogelijk was.
Vanuit de zaal kwamen waardevolle aanvullingen. Er ontbreken nog veel stemmen, zoals mix engineers, DIY-labelrunners en promotors die dit naast een fulltime baan doen. Ook werd gepleit voor solidariteit: stel je studio open voor andere producers, of laat je club buiten openingstijden gebruiken. En wie niet afhankelijk wil zijn van sociale media, moet vooral aanwezig zijn. Ga naar evenementen en laat je gezicht zien, want via echte connecties reist muziek verrassend snel.
Tenslotte werd er vanuit ons eigen team nog gewezen op het belang van toegang tot vastgoed. Met Export als voorbeeld: omdat het pand in handen van de eigenaar is, kan de club blijven bestaan zonder de druk van tijdelijkheid. Hierdoor kunnen clubeigenaren zonder zorgen meer tijd en geld investeren in hun plannen. We sloten af met de vraag welke programma’s Rotterdam kan opzetten om makers te ondersteunen. Het Music Hub-project in Brabant is hier een voorbeeld van, waarin jaarlijks tien kunstenaars worden geselecteerd die financiële ondersteuning krijgen en daarnaast worden geboekt op festivals in de regio.

Registreer je tracks, Sena doet de rest
Sena kwam eerder op de avond al kort ter sprake. Dit is het platform waarmee je als muzikant geld kunt incasseren met je tracks. Simon de Koning kwam er meer over vertellen. Sena heeft bijvoorbeeld een muziekproductiefonds om een plaat te maken en een fonds voor sociaal-culturele evenementen. De fondsen worden beheerd door muzikanten zelf, die dus beslissen waar het geld naartoe gaat. Ze worden gevuld met 3% van wat Sena jaarlijks incasseert. In 2025 haalde Sena in totaal zo’n 100 miljoen euro op.
Sena incasseert ook geld bij elektronische muziekevenementen, maar weet vaak niet van wie de gedraaide muziek is, waardoor ze artiesten niet kunnen uitbetalen. Daarom is het belangrijk om je hiervoor op de website te registreren. In elektronische muziek ben je vaak schrijver, performer, maker van de opname en label tegelijk. Voor je rol als componist krijg je geld via Buma/Stemra, voor je rol als performer en producer via Sena. Dit gaat dan ook om de opname die wordt gespeeld. Je opname krijgt een ISRC-code, een internationale code die het bestand identificeert. Sena luistert met fingerprinting mee op radio, festivals en evenementen. Ze krijgt hiermee data uit 78 landen en koppelt die aan het geregistreerde repertoire van de rechthebbers. Het geld wordt drie jaar vastgehouden, dus het is ook mogelijk om met terugwerkende kracht uitbetaald te worden. De helft gaat naar de muzikant(en), de andere helft naar de producer of het label. De producer is in dit geval niet de muziekproducer maar degene die de opname financiert en coördineert, vergelijkbaar met een filmproducer. Ben je beide, dan maak je twee accounts aan. Dus, registreer je en dan zorgt Sena dat je betaald wordt via de volgende link: https://sena.nl/.
Van slaapkamer naar studio
Na alle uitleg over fondsen en rechten verschoof de focus naar een ander deel van het ecosysteem, de producers. Hoe ziet dat ecosysteem eruit als je er zelf middenin staat? In het tweede panel spraken Najel Monteiro en Eddy Kennedy over hun ervaringen als muziekmakers in Rotterdam. Najel is dj en producer, geboren en getogen in Delfshaven, waar hij ook actief is als cultureel regisseur. Eddy produceert en draait onder de naam Kessler. Daarnaast organiseert hij events, maakt hij radio, runt hij een label en begeleidt hij jonge makers als mentor.

Op de vraag hoe hun ervaring als artiest de afgelopen tien jaar is veranderd, vertelde Eddy dat het voor hem begon als slaapkamerproducer, gedreven door passie en liefde voor muziek. Die liefde is na tien jaar nog altijd aanwezig, ook al is het werk serieuzer en professioneler geworden. Hij kijkt nu anders naar de buitenwereld en niet meer alleen vanuit zijn slaapkamer. Najel benadrukte dat er niet altijd een plek aan tafel was voor makers zoals hij. Festivals programmeerden vooral grote namen, en wie om toestemming vroeg, kreeg meestal nee. Daarom organiseerde hij het met vrienden zelf en boekten ze mensen om hun heen. Volgens Najel past dat bij Rotterdam. Een stad die vanuit niets is opgebouwd, met de mentaliteit dat je het zelf bouwt als er niets is. Hij erkende dat sociale media en algoritmes het lastiger maken om op te vallen. Toch blijft hij hoopvol en ziet mogelijkheden, vooral als je om je heen kijkt en elkaar helpt met bijvoorbeeld het lenen van spullen en ruimtes om iets te organiseren.
Vervolgens ging het gesprek over de spanning tussen plezier in het werk en de zakelijke kant ervan. Eddy gaf aan dat je muziek in de eerste plaats voor jezelf en voor de lol maakt. Het helpt om je te omringen met mensen die je steunen, zoals vrienden en andere makers. Het creatieproces moet altijd voorop staan. Op een gegeven moment beweeg je je in de muziekindustrie en krijg je te maken met vragen als welk label bij je past en hoe je jezelf verkoopt. Maar als je de focus op jezelf houdt, kom je er volgens hem wel, omdat mensen dat zien. Najel sloot daarbij aan, hij maakt muziek eerder voor de lol, dan om er slechts geld mee te verdienen. Het zakelijke deel, inclusief de compromissen om in een categorie te passen, mag er zijn, maar de passie komt eerst en die moet je niet uit het oog verliezen. Hij vertelde dat het tien jaar duurde voordat hij zijn eigen sound vond. Hij had Detroit techno bestudeerd, plugins en low-ends onder de knie gekregen, maar kon zijn eigen geluid nog steeds niet vinden. Daaruit leerde hij dat succes eigenlijk neerkomt op de vraag hoe goed je jezelf kunt zijn en dat daar waarde in zit.
Wie dragen de nacht?
Het ecosysteem is kwetsbaar, maar de avond liet ook zien dat er veel mogelijkheden zijn, van kleine fondsen tot uitbetalingen via Sena. Tegelijk is het gat tussen beginnend en professioneel werken nog te groot om te overbruggen. In beide panel gesprekken werd het steeds duidelijker dat we elkaar nodig hebben. Deel je studio. Zet je club doordeweeks of overdag open voor wie wil oefenen. Koop je ticket van tevoren, zodat organisatoren weten waar ze aan toe zijn. Kleine gebaren die het verschil kunnen maken.
En van de stad vraagt dit om het nachtleven nog meer te erkennen als cultuur en daar structureel ruimte voor te maken. Want aan het begin van elke volle dansvloer zit nog altijd de producer in diens studio aan muziek te werken. De muziek draagt de nacht, dus laten we samen ook de muzikant dragen.

Foto’s door Fenna de Jong